Fouten maken mag! Of toch niet?

We maken kinderen duidelijk dat fouten maken niet erg is, dat het nodig is om te leren. Ik heb zelfs een tijdje geroepen dat fouten maken MOET. Maar daar ben ik niet meer zo zeker van…….

Als we spreken over fouten, geven we daarmee aan dat er een verdeling is in goed en fout. Er is dus ergens een grens tussen die twee. Dit denken geeft voeding aan een collectief mentaal model dat bepaalt hoe het wel en niet ‘hoort’. Dit model stuurt ook ons handelen in opvoeding en onderwijs. We gaan daardoor oordelen over wat een kind goed doet en wat er fout gaat. Wat fout gaat, moet aangepakt en veranderd worden.
Dit laatste past uitstekend bij het machine-denken, een ander mentaal model waardoor we menen dat alles maakbaar is en moet voldoen aan gestandaardiseerde normen. Dit lukt bij niet-levende materie maar gaat niet op voor alles wat groeit en bloeit. We proberen dat wel in de vleesindustrie en land- en tuinbouw maar weten inmiddels ook welke gevolgen dat heeft. In de ‘vrije’ natuur echter accepteren en waarderen we de diversiteit en unieke eigenschappen van alles wat leeft. We vinden bijvoorbeeld niet van die eeuwenoude eik met zijn bijzondere vorm dat de groei van takken aan schaduwzijde onsymmetrisch verloopt. De eik wordt gefotografeerd en geprezen vanwege zijn schoonheid zoals het is.
Dit in tegenstelling tot opvoeding en onderwijs. We oordelen voortdurend over onze kinderen en vertellen ze wat ze fout en verkeerd doen. Uiteraard zeggen we daarbij dat het om het gedrag en/of het werk en niet om de persoon gaat. De vraag is echter of dat wel zo binnenkomt.
Nick Vujecic vertelt jongeren in inspirerende lezingen dat ze goed zijn zoals ze zijn, dat ze er mogen zijn, dat uiterlijk er niet toe doet, dat hij onvoorwaardelijk van ze houdt. Nick heeft zelf geen armen en benen. Stoere jongens worden stil en kijken naar de grond, meisjes kijken met grote ogen vol herkenning naar deze bijzondere man. En er wordt gesnikt, gesnotterd en gehuild. Klaarblijkelijk hebben ze zich nooit goed genoeg gevoeld….
Maar hoe kan het ook anders? Het begint al bij de consultatiebureaus die aan ouders vertellen dat hun kind zich niet ‘volgens de lijn’ ontwikkelt. In de eerste jaren op de basisschool kunnen kinderen een knipachterstand (!) oplopen, hun motoriek voldoet niet aan de norm, hun spraak blijft achter, hun spelontwikkeling verloopt niet volgens de leerlijnen. Op je zesde jaar moet je 12 letters kennen, op je zevende moet je in het leesproces zitten (maar ook niet te ver!). Met ontwikkelingsvolgmodellen, gestandaardiseerde toetsen en daarmee samenhangende groeps- en individuele plannen denken we dat we het onderwijs maakbaar hebben gemaakt volgens de wetten van het machine-denken. Er moet een product worden afgeleverd en via procedures zorgen we daarvoor. En we zeggen tegen kinderen dat onze beoordelingen niet over hen gaan maar over hun werk of gedrag. Kinderen ervaren dat innerlijk echter niet zo. En terecht! We oordelen en veroordelen en plakken er stickers op.

Beoordelen

Kinderen hebben begeleiding in hun leven nodig. Iemand die hen serieus neemt, naast ze staat, helpt, ondersteunt, een zetje geeft, tegenhoudt, confronteert, loslaat, een complimentje geeft, laat ervaren, meebeweegt,etc. Kortom, ze hebben iemand nodig die onvoorwaardelijk van ze houdt. Ze hebben niets aan een ‘inspecteur’ die oordeelt, zijn/haar wil oplegt en vertelt wat ze verkeerd en fout doen en hen niet serieus neemt.

Kinderen hebben begeleiding in hun leven nodig. Iemand die hen serieus neemt, naast ze staat, helpt, ondersteunt, een zetje geeft, tegenhoudt, confronteert, loslaat, een complimentje geeft, laat ervaren, meebeweegt,etc. Kortom, ze hebben iemand nodig die onvoorwaardelijk van ze houdt. Ze hebben niets aan een ‘inspecteur’ die oordeelt, zijn/haar wil oplegt en vertelt wat ze verkeerd en fout doen en hen niet serieus neemt.
Als we onze opvoeding en ons onderwijs anders willen doen, zullen we onze mentale modellen moeten wijzigen. Dat laatste is niet eenvoudig. Bij een crisis of enorme omwenteling in ons leven, lukt dit redelijk onbewust.
Een bewuste paradigmashift vraagt iets anders. Paul Verhaeghe (psycholoog, auteur van o.a. Identiteit) leert ons dat dat alleen mogelijk is door eerst ons taalgebruik te wijzigen. Verander je taal en je gedrag verandert. Zolang je denkt in goed en fout en daarover spreekt, lukt het dus niet om onbevooroordeeld met kinderen om te gaan.

Onvoorwaardelijk van mensen houden betekent dat je ze accepteert zoals ze zijn, net als die eeuwenoude eik.

Dieren maken geen fouten. Als een kat op je schoot gaat spinnen, zeg je ook niet dat ze dat te zacht doet. Als je hond de zee in springt, happend naar de golven, vertel je hem ook niet dat dat geen zin heeft. Als er vogels tegen je raam aanvliegen, plak je er een sticker op.
Mensen maken ook geen fouten. Mensen zijn wie ze zijn en doen dingen zoals ze ze doen.
Laten we daarom stoppen met oordelen……

Vaderliefde

Ik zie de jongeman wegfietsen. Bijna twee meter lang, paardenstaart, pluizig baardje, oordopjes, rode rugzak. Hij rijdt op een veel te kleine fiets. Met weemoed staar ik voor me uit. Wat is er gebeurd? Gisteren stond hij nog in de box….Gisteren pakte ik hem op, dolde wat met hem, knuffelde hem.

 IMG_2122

Ineens ben je in gesprek met een jongeman die aan jou probeert uit te leggen hoe hij naar de toekomst kijkt, wat zijn plan is. Ik voel dat mijn mening er niet meer toe doet. Tegen anderen hoor ik mezelf zeggen dat dit bij het leven hoort. Kinderen worden geboren, groeien op en gaan verder. Maar tussen het verhaal en het gevoel schuilt een wereld van verschil! Mijn gevoel heeft een ander tempo dan mijn verstand. Mijn gevoel wil niet loslaten. Mijn gevoel wil de tijd stoppen……
Ik wil nog zoveel dingen anders doen.
Impulsief en intuïtief heb ik, samen met mijn partner, opgevoed. Fouten gemaakt, verkeerde beslissingen, mindere keuzes. Dat ga ik straks beter doen. Maar: straks is nu opgelost, verdwenen. Ik kan het niet opnieuw doen.
Terwijl ik hem zie wegfietsen, vraag ik me af of we het goed genoeg gedaan hebben. Ik heb moeite om de dingen scherp te krijgen waar ik trots op ben in zijn opvoeding. Ik zie wel de dingen waar ik over twijfel, wat beter had gekund. Ik hoop dat als hij later terugkijkt op deze periode, hij er tevreden mee kan zijn. Ik hoop dat hij later dingen anders doet dan wij omdat hem dat beter lijkt.

Het is bijzonder om de ontwikkeling van je kind te observeren. Welke eigenschappen van jezelf, van je partner, van je (schoon)ouders zie je terug?

Vul je elkaar aan of kom je elkaar tegen in de confrontatie?
Ik geniet van het verschil tussen ons. Ik bewonder hem vanwege zijn koelbloedigheid, zijn kalmte, zijn autonomie en zijn nuchtere kijk op de wereld. De spiegel die hij me voorhoudt, is een harde confrontatie met de werkelijkheid. Dat doet af en toe pijn maar laat ook zijn loskomen zien.

IMG_4371

Ik weet dat ik hem geen lijden kan besparen. Dat weet ik, dat zit in mijn brein, is conceptueel. Maar ik schreeuw het uit van verdriet als ik daaraan denk. Mijn kind mag niets overkomen, hoort gelukkig te worden zonder diepe dalen.
Ik besef me dat ik hier bang voor was voordat hij in ons leven kwam. Mijn kwetsbaarheid zit in deze relatie, in deze verbinding, in het contact met hem. De liefde voor je kind maakt je stil, maakt je nederig, maakt je klein.

Daarmee vergeleken doet niets ertoe……

Als je maar je best doet….

Als het jongetje van amper zes jaar het lokaal van groep 3 binnenstapt, ziet hij tafels, stoelen, kasten, boeken en schriften. Waar zijn zijn plekjes gebleven? De hoekjes waarin je je eigen wereld creëerde? Alle materialen waarmee je zo kon fantaseren? De ruimte? Zijn vertrouwde, intieme omgeving?
Stilletjes ging hij op een stoeltje zitten en wachtte op wat komen ging. Wat de juf vertelde, wist hij niet meer. Hij keek om zich heen en vroeg zich af wat hij daar deed….
Gelukkig ontdekte hij al snel dat je ook zonder materiaal en hoeken je terug kunt trekken in je eigen wereld. Terwijl hij deed alsof hij naar de juf luisterde, droomde hij over avonturen, over helden, over spanning, over alle gekke dingen die je maar kunt bedenken!
Alleen met schrijven ging dat lastig. Het lukte hem maar niet om de letters netjes binnen de lijntjes te krijgen en zeker niet vloeiend zoals de juf dat kon! “Je moet meer je best doen”, zei de juf dan tegen hem. Al snel adviseerde ze de ouders van het jongetje om thuis elke dag een half uurtje te schrijven.
Op zijn eerste rapport stond een 6+ voor lezen, een 6- voor schrijven en een 6,5 voor rekenen. “Hij moet meer zijn best doen”, zei de juf tegen de ouders op het 10-minuten gesprek. Aan het eind van het jaar, na zijn best te hebben gedaan, ging het jongetje over naar groep 4 met een vijf voor schrijven.
Hij ontwikkelde zich als een dromerig kind met een slordige werkverzorging. Toen hij in groep 8 in de rij bij het raam moest plaatsnemen, was hij geschokt. Dit was de rij waar de kinderen zaten die naar HAVO/VWO gingen! Hij meende dat zijn plaats in de rij aan de andere kant was. Daar zaten alle kinderen die naar VMBO basis/kader gingen. Hij voelde zich ongemakkelijk omdat hij omringd werd door kinderen die veel beter presteerden, veel betere cijfers haalden, mooiere rapporten. Deze kinderen wisten zoveel! Hij wist zo weinig…..
Toen bij de eindtoets bleek dat hij één van de hoogste scores had, was hij in totale verwarring. Al die jaren was tegen zijn ouders gezegd dat hij zijn best niet deed, dat er meer in zat. Hij wist niet wat dat was, je best doen. Hij deed maar wat. En klaarblijkelijk deed hij dat niet goed want hij hoorde telkens dat hij zijn best niet deed. Hij had zich altijd een vijfje gevoeld.
En nu, bij de toets, één van de beteren? Hij had niet zijn best gedaan tijdens de toets, hij had gedaan wat hij altijd deed. Hij had maar wat gedaan…

529188_666343823385589_1396326975_n

In de brugklas keek het jongetje op tegen zijn klasgenoten die betere cijfers haalden en al snel besloot hij dat HAVO een betere opleiding voor hem zou zijn dan VWO. Hij deed maar wat…….en daarmee meende hij dat VWO voor hem onhaalbaar was. Want dan moest hij zijn best gaan doen. En dat kon hij niet!
In HAVO 5 kreeg de puber les van een geniale wiskundedocent die hem apart nam en hem in een indringend gesprek duidelijk maakte dat hij zijn talent niet gebruikte. Hij adviseerde de puber om na zijn examen VWO te doen en vervolgens een universitaire opleiding Wiskunde te gaan volgen. Daar zou, volgens de docent, zijn grote kracht liggen. De puber moest denken aan de eindtoets op de basisschool. Hij was nu net zo verward.
Want hij deed maar wat…….VWO en universiteit? Hij zou door de mand vallen! Het zou voor iedereen duidelijk worden dat hij een vijfje was.

De puber werd een jongeman, deed PABO en creëerde in zijn lokaal en met zijn kinderen hun eigen wereld. Het ging hem gemakkelijk af. Hij deed maar wat…….en kinderen waardeerden dat.
Toen hem de eerste keer gevraagd werd om directeur van een school te worden, weigerde hij. Hij keek op tegen zijn directeur. Zo’n directeur zou hij nooit kunnen zijn! Hij kon lekker met kinderen omgaan maar daar deed hij niets voor. Als directeur zou hij zijn best moeten gaan doen.
Toen hij uiteindelijk toch directeur werd, keek hij op tegen zijn algemeen directeur en ervaren collega-directeuren. Zij wisten het allemaal zo goed, konden het goed verwoorden en hij? Hij deed maar wat…

Elke stap die het jongetje in zijn carrière zette, ging gepaard met de angst, de twijfel die gevoed werd door zijn zelfbeeld. Hij bleef het jongetje waar meer in zat maar wat zijn best niet deed. Hij bleef het jongetje dat intuïtief klaarblijkelijk de goede dingen doet maar zelf denkt dat hij maar wat doet.

Toen ik het jongetje werd, realiseerde ik me dat de oordelen in mijn jeugd me nu nog in de weg zitten. Het overkwam me gisteren weer tijdens het bloggerscollectief van HetKind. Als ik moet vertellen wie ik ben en wat ik doe, haal ik mezelf naar beneden door te zeggen dat ik maar wat doe……
Ik hoor anderen en bewonder hen om wat ze weten en hoe ze dat zeggen. En ik merk dat ik me dan toch weer dat vijfje voel van 50 jaar geleden.

En net als toen trek ik me weer terug in mijn eigen wereld en schrijf een verhaaltje……

Betrokkenheid is noodzaak!

Ik was aanwezig bij de lezing van Monique Volman, hoogleraar onderwijskunde bij de UVA.
Als ik bij een lezing ben van HetKind/NIVOZ in Driebergen, ben ik aan het leren. Ik hoor altijd nieuwe dingen en de sprekers zorgen er altijd voor dat ik met nieuwe bagage naar huis toe rij.

Dit keer reed ik terug met een ander gevoel. Monique Volman zorgde ervoor dat ik moest denken aan de tijd dat ik zelf werkzaam was als leerkracht.
De essentie van haar betoog was dat het in het onderwijs niet alleen om kennis en vaardigheden gaat maar ook om betrokkenheid van de leerling. Zonder betrokkenheid geen kennis overdracht, geen vaardigheden, geen leren.
Haar verhaal zorgde ervoor dat ik een gevoel van thuiskomen kreeg. Ik ben voor de klas gegaan in 1978 en al vrij snel in aanraking gekomen met een schoolleider die ervan uitging dat onderwijs voor alles betekenisvol voor de kinderen moest zijn. Later hingen we daar het label Ontwikkelingsgericht onderwijs aan.
Betekenisvol lesgeven was voor mij het uitgangspunt in mijn jaren als leerkracht. Zonder betekenis was zinloos.

Toen de koude wind opstak die kennisoverdracht boven alles wilde stellen en scholen niet ‘leuk’ hoefden te zijn (lees: betekenisvol), merkte ik dat de lol in mijn vak afnam. Uiteindelijk leidde dit mijn vertrek als leerkracht in.
Toen ik Volman hoorde spreken over het belang van betrokkenheid van leerlingen, kwamen alle nare ervaringen uit die tijd weer boven drijven.
Vervelende gesprekken met inspecteurs. Notabene één inspecteur die ons prees met ons pedagogisch klimaat maar mijn school wel als zwak bestempelde vanwege een net te lage score op de CITO- eindtoets.
Toen de geniale zet van de politiek kwam om de besturen verantwoordelijk te laten zijn voor de opbrengsten, werd de bemoeienis van anderen mij teveel. Het bestuur ging meer en meer bepalen wat er bij ons op school gebeurde. Als directeur merkte ik op dat alleen de cijfers op papier telden. Niet de oudertevredenheid, niet de leerlingtevredenheid, niet de resultaten op het VO, niet de uitstroom, niet het gevoel van oud-leerlingen over een bijzondere tijd op onze school.
Ik kreeg steeds meer het gevoel dat het niet meer om het proces ging maar om het product. Terwijl ik er zo van overtuigd was dat het draaide om de vorming en ontwikkeling van mensenkinderen. Het product kwam later wel…
Gefrustreerd ben ik gestopt.

Doel van onderwijs

Wat door Volman verteld werd, was aan de ene kant goed om te horen. Aan de andere kant vroeg ik me af waarom we eerst zo’n zwaai hebben moeten maken naar leerstof-gericht onderwijs met het hele toets-circus erbij? Wat heeft dat voor zin gehad? Waarom is dat gebeurd? Wat zijn we ermee opgeschoten?
Ik werd daar verdrietig van.
Onderwijs lijkt te worden gebruikt, te worden misbruikt. Maar we hebben het dan wel over kinderen…..
Aan de andere kant ben ik verheugd.
Er is weer aandacht naar iets anders dan kennisoverdracht.

Luc Stevens sloot de avond af met iets wat nu nog nagalmt in mijn hoofd. Hij vroeg zich af of de onverschilligheid die we op dit moment in onze samenleving bemerken, veroorzaakt zou kunnen zijn omdat mensen zich niet betrokken voelen. En hebben wij door hen er van jongsaf aan niet bij te betrekken, dat niet veroorzaakt?

Ik werd er weer verdrietig van….

Kids energy!

Vanmorgen liepen er twee kinderen langs mijn tuin, een jongen en meisje van een jaar of zeven. Ze maakten een kabaal van jewelste in hun poging een hond vooruit te krijgen. De hond, al op leeftijd, had echter geen haast. “Hij is al oud, meneer!” Vol energie, met kreten, aanmoedigingen, uitdagende geluiden, etc. probeerden ze hem vooruit te krijgen. “Kom op, Boris, wie het eerst bij het paaltje is!” En weg rende de jongen. De hond snuffelend achterlatend. Het meisje schaterde het uit.
Tevreden liep ik naar binnen. Mijn dag kon niet meer stuk. Zoveel frisse energie!
Ik ging langs start en ontving zojuist mijn bonuspunten!

Mijn ouderlijk huis stond naast een grote school. Als ik eens ziek was, hoorde ik het ritme van de school. ‘s Ochtends het gejoel, de schoolbel, even herrie en dan de stilte….Om 10 uur de kinderen op het schoolplein: gillen, roepen, zingen, lachen, rumoer, de bel, stilte….Om 12 uur kwam de wereld weer tot leven. Tegen half twee kwam de energie weer op een hoogtepunt tot de schoolbel daar een eind aan maakte. Om half vier werd ik weer vrolijk en langzaam maar zeker ging de dag als een nachtkaars uit.
Als tiener werd ik me bewuster van de geluiden van de school. Ik hield van het gejoel, van de kracht van jong leven.

Ik was vorige week op een school waarnaast een appartementencomplex gebouwd wordt. Tijdens de lunch spraken de leerkrachten over de verkoop die niet zo super verloopt. “Maar wie wil er naast een school wonen? Al die herrie!”
Met een innerlijke glimlach volgde ik het gesprek. Zelf dacht ik eigenlijk, wie wil er NIET naast een school wonen? Je krijgt elke dag je portie energie toegediend. Tja, in de weekenden en de vakanties is het behelpen. De rust die er dan heerst, is van begraafplaats-niveau. Dus dan moet je zelf iets gaan doen dat energie oplevert!

De energie die van (spelende) kinderen uitgaat, is zo interessant. Het is verfrissend en helend. Ik heb me al eens afgevraagd waarom een ouderen- of verzorgingscentrum niet in één gebouw zit met een school. Volgens mij doet de frisse, open energie van kinderen deze mensen enorm goed!

Als ik een dip zit en kijk naar spelende kinderen, ben ik weer op weg naar de top. Maar misschien ben ik wel een uitzondering….

Eén vraag blijft knagen. Wat gebeurt er met die energie als de schoolbel gaat?

Te veel praten

Ik kreeg ze niet stil………

Enige tijd geleden was ik op een school om een studiemiddag voor te bereiden. Tijdens het gesprek meldde de directeur dat er grote problemen waren in groep 4. Een grote groep (boven de 30 leerlingen) in een te klein lokaal, veel verschil in niveau maar ook gedrags- en aandachtproblemen. Een drukke groep dus en inmiddels waren al twee leerkrachten stukgelopen en ziek thuis. Deze week was er een invalleerkracht en de volgende leerkracht zou een week later beginnen.

In de gang was de groep net bezig om naar het gymnastieklokaal te gaan. Terwijl de juf stond te wachten, kon ik mooi een gesprekje aanknopen met een aantal leerlingen. Nieuwsgierig, vrij en open wilden ze weten wie ik was en wat ik kwam doen. Ik vond het een leuk stel.

In de auto terug bleef deze groep 4 mij puzzelen. En ik bedacht me dat het wellicht een goed idee was om met hen het eerste lesje van het traject Mindful Onderwijs te doen. Misschien lukte het daarmee om de aandacht en focus van de leerlingen vast te houden en zou het de leerkracht kunnen helpen! En het zou de kracht van Mindful Onderwijs aantonen! Gebeld en een afspraak gemaakt.

Een week later was ik te gast in de groep. Toen ik binnenkwam, kreeg ik het gevoel de Bijenkorf tijdens de Drie Dwaze Dagen binnen te komen. De leerkracht zorgde er op zijn eigen wijze voor dat de groep stil werd, alles los liet (ook elkaar) en de aandacht werd op mij gericht.

Vanaf het moment dat ik startte, voelde ik dat er niet 100% aandacht was.
Niet erg, misschien komt dat nog….of niet…..ook goed…
Maar wat ik ook deed of zei, het bleef onrustig.
Omdat mijn ervaring met deze les is, dat kinderen geboeid raken door de opdrachten, ging ik rustig verder.
Ik corrigeerde de ene kant van de groep maar terwijl ik daarmee bezig was, ging het aan de andere kant mis. En zo ging het van kwaad tot erger. De groep werd drukker en drukker en ik kreeg het steeds warmer.

En toen realiseerde ik me: “Ik krijg ze niet stil….”

Ook dit gaat voorbij

Wat zich vervolgens in mijn hoofd afspeelde, verbaasde me en verbaast me nog steeds.

Was dit 30 jaar geleden gebeurd, was de schuld van deze situatie bij de kinderen terecht gekomen. Onopgevoede kinderen, misschien was het wel de schuld van de ouders! Respectloze kinderen, houden zich niet aan afspraken! Te jong, te grote groep in een te klein lokaal, dat moet tot ellende leiden! Etc….

Was dit 15 jaar geleden gebeurd, was de schuld bij mij komen te liggen. Met jouw ervaring, wat een afgang, ik heb me niet goed voorbereid, ik heb onvoldoende in de ogen van de kinderen gekeken, ik moet stoppen met dit vak! Etc……

En nu?
Ik kon nu met een glimlach naar de situatie kijken. Dit was wat er op dat moment gebeurde. Meer niet…..het ging en gaat niet om schuld. Het werkt niet. Punt.
Ik keek met een glimlach en lichte verbazing naar een gedachte die in mijn hoofd ontstaan was maar geen werkelijkheid werd. Maar ik vond het niet erg! Zo gaat het vaak in ons leven.

De dagen na deze gebeurtenis bedacht ik me dat mijn veranderde houding tot stand is gekomen door Mindfulness. Dat heeft me geleerd om niet altijd in mijn hoofd te leven maar in het NU te zijn en te accepteren wat zich voordoet. Ik doe mijn best en leer dagelijks bij.

Maar deze groep 4 heeft mij een lesje geleerd, een levensles…… en ik ben er blij mee!

Niks doen is altijd een optie…

Het is bijna half negen als ik het schoolplein oploop. Een vader kijkt mij geïrriteerd aan. Hij stopt en roept nijdig tegen zijn zoontje dat hij op moet schieten. De kleuter geniet echter van de regen die gestaag naar beneden valt. Hij kijkt met grote interesse naar een plas op het plein. Zijn vader loopt op hem af, pakt hem beet en sleurt hem mee. Het jongetje kijkt meewarig naar het eenzame water.

Als ik binnen ben en naar de parkeerplaats kijk, is het een komen en gaan van ouders met auto’s. Ik zie gehaaste ouders met rugzakjes en broodtrommeltjes hun kinderen aansporen om op te schieten. Binnen snel jas uit, ophangen, rugzak opbergen, broodtrommeltjes op de plank, inschrijven voor overblijven, kusje, afscheid. Met versnelde pas naar de auto en weg zijn ze, het drukke leven in.

Binnen verliest de leerkracht anno 2013 geen moment kostbare leertijd. Het programma van de dag staat al op het digibord en binnen enkele minuten worden kinderen aan het werk gezet. De druk om te presteren is groot en er is nog zoveel te doen…..
Tijd is geld.

De 10-jarige HAVO is onacceptabel en mag niet meer. Verkeerde keuze op universiteit? Jammer, in een volgend leven beter nadenken! Laatbloeiers zijn dus losers. Veel jongens haken voortijdig af…Efficiëntie is de norm en wie hard werkt, wordt beloond. Onze huidige maatschappij staat vol van stress, gehaastheid en druk,druk,druk.

Met grote verwondering aanschouw ik deze waanzin. De wereld om me heen lijkt gevangen in een neerwaartse spiraal van meer doen in minder tijd en tegelijkertijd beter resultaat verwachten. Zei Einstein hier niet over dat dat idioot is?

Zijn we onze kinderen aan het leren dat er altijd een doe-stand moet zijn? Niks doen is slecht……Volgens mij niet. Het is hoog tijd dat we even stoppen.
Het is interessant om te weten dat Tibetaanse boeddhisten het doorhollen juist als luiheid zien. Luiheid betekent in hun ogen dat je niet de tijd neemt om bewust en met aandacht naar jezelf en de omgeving te kijken.

Mindfulness is niet voor niets bezig met een opmars in de Westerse wereld. Bevrijding van stress, negatieve gevoelens en gedachten en meer ontspanning in het dagelijkse bestaan zijn de effecten die worden genoemd door aanhangers.
Maar waarom moeten kinderen wachten op trainingen voor volwassenen? Laten we ons onderwijs mindful maken.

Boeddhisme verandert de wereld nietMindfulness verandert niet de wereld, het verandert onze kijk op de wereld.

 

Mooi om dat leerlingen aan te bieden!

Als we oordelen, ontnemen we de ander verantwoordelijkheid

Als we ervan uitgaan:
dat kinderen, net als wij, menselijke wezens zijn
dat ze, net als wij, hun verlangens en doelen hebben
dat ze, net als wij, de wereld waarnemen op hun eigen wijze
dat ze, net als wij, op unieke wijze plannen maken om hun doel te bereiken, gebaseerd op hun eigen waarneming
dat ze, net als wij, hun wereld willen vormgeven zoals zij denken dat dat zou moeten
dat ze, net als wij, daarbij hun eigen prioriteiten stellen:

hoe kan het dan zijn dat wij menen te weten waar kinderen mee bezig zijn?

Als we oordelen over wat kinderen doen, ontnemen we hen verantwoordelijkheid. Wij bepalen immers of het goed of een beetje goed of helemaal niet goed is wat ze doen. Dat doen we vanuit onze eigen waarneming, met onze doelen, met onze structuren, met ons plan in gedachte.
Maar hoe zit dat bij het kind met de eigen waarden, verlangens en beelden?

Als we respect tonen, helpen we een kind met naar binnen kijken. Door vragen te stellen, kan een kind bij zichzelf te rade gaan en bepalen wat het nu echt wil en hoe dat met respect voor anderen kan.
Als de goede vragen worden gesteld in een respectvolle relatie, leert een kind daarmee zelfreflectie te ontwikkelen en is het in staat om op een effectieve wijze de eigen, interne vraagstukken op te lossen. Hiermee kan een mens zelf-verantwoordelijk gedrag vertonen.

RTP

Het heeft geen zin om te straffen of te belonen om daarmee ander, duurzaam gedrag te verwachten. Sterker nog, uiteindelijk blijkt het contraproductief.
Mensen veranderen hun gedrag alleen maar als er intern iets plaatsvindt (geldt ook voor u en mij!).

Bij conflicten en storend gedrag hebben we de neiging om naar het waarom te vragen. Deze vraag zorgt er onmiddellijk voor dat mensen hun verantwoordelijkheid kunnen ontlopen.
Waarom indiceert al een oordeel. En dat willen we niet!

Beter is het om, door vragen te stellen, de ander ‘naar binnen te laten kijken’. De eerste vraag is hem/haar te laten benoemen wat er gebeurd is en of dat volgens de gemaakte afspraken is en wat de consequentie is. Als we daarna vragen of dit is wat de ander wilde en wat hij/zij eigenlijk zou willen, wordt het duidelijk waar de mogelijkheden zitten. De slotvraag is wat er gebeurt als de afspraak weer geschonden wordt.

Als bovenstaande vragen met oprechte interesse en aandacht en zorg worden gesteld, zal de ander voelen dat er niet geoordeeld maar gesteund wordt.

Bovenstaande manier van werken als een trucje zien om anderen te corrigeren, zal tot niets leiden.
Met open hart, open mind en open wil aan de ander deze vragen stellen, zal zorgen voor zelfinzicht en uiteindelijk zelfverantwoordelijkheid.

Wat we van een zeilwedstrijd kunnen leren!?

In 2013 was ik in de ban van een van de oudste zeilwedstrijden ter wereld, de America’s Cup. Na afloop zag ik ineens de relatie met ons dagelijks leven, zowel op innerlijk, persoonlijk niveau als de link met organisaties (en maatschappij).

De America’s Cup eindigt in een finale tussen twee zeilboten van verschillende landen. Dit keer was het een spectaculair gevecht tussen de supercatamarans van Nieuw Zeeland en die van de VS. De bemanning bestaat uit ongeveer 12 man. Deze zeilmonsters bereiken topsnelheden van tegen de 80 km/uur!
Er worden elke dag een of twee races gevaren. Het team met als eerste 9 gewonnen races, wint de cup.

In de eerste races waren de Kiwi’s veruit de sterkere partij. Met overtuiging en groot verschil wonnen ze de races van de Amerikanen. In de persconferenties na afloop was het commentaar van de Amerikaanse schipper steevast dat de wedstrijd nog niet gelopen was. Hij bleef geloven dat hij kon winnen. Toen de stand 8-1 was, merkte hij met een stalen gezicht op dat hij slechts 8 races op rij hoefde te winnen om de Cup te veroveren. Hoon! De dag erna won hij de race. En de dag erna en daarna, etc.
Uiteindelijk was het 8-8. Het ging dus uiteindelijk om de laatste race! De Kiwi’s hadden een sterke start en de Amerikanen maakten een stuurfout. Op dit niveau is de race dan al beslist. Maar……. heel langzaam maar zeker kwamen de Amerikanen dichterbij en wonnen de race (en de Cup) uiteindelijk met een stevige voorsprong.

Vallen

Hoe kwam deze opmerkelijke come-back tot stand en wat is hier van te leren?
In de persconferenties roemde de Amerikaanse schipper steevast zijn team. Niet alleen zijn zeilteam maar ook het walteam. Niet alleen de ontwerpers maar ook de schoonmakers, de chauffeurs. Voortdurend sprak hij zijn bewondering uit voor de teamspirit. Ook bij een verloren race sprak hij zijn waardering uit voor de werklust en discipline van ‘zijn’ mensen. Ze geloofden in het collectief.
We hoorden later dat er elke dag tussen het zeilteam en de onderhoudsmensen gesproken werd over welke verbeteringen mogelijk zouden zijn en elke nacht werd er aan de boot gesleuteld. Er werden voortdurend aanpassingen gedaan. Ook toen ze races gingen winnen, bedachten ze manieren om de boot sneller te maken!
De mindset van deze club was dat ze bleven geloven in hun eigen kracht. Ze bleven geloven in de eindzege. Ze gaven niet op. Bij een tegenslag zochten ze naar een verbetering. Bij een overwinning zochten ze naar een verbetering….

De Kiwi’s stonden op een royale voorsprong. Wat ging er mis? Wat mij opviel, was dat het geweldige zeilers zijn. Vakmensen en keihard werkend! Maar……toen het minder ging, bleven ze herhalen wat ze in de eerste (gewonnen) races deden. Want dat werkte! Toen…
Je zag langzaam maar zeker de frustratie en vertwijfeling toeslaan. De schipper die tijdens persconferenties eerst nog relaxed en zelfverzekerd overkwam, werd stiller. Zijn lichaamstaal liet zien dat hij ging twijfelen. Tijdens de laatste twee dagen en zeker na afloop had ik ook medelijden met hem. Ik zag een gebroken man….

Teambuilding, blijvend verbeteren, niet blijven herhalen wat toch niet werkt en een goede mindset, zijn factoren die in deze wedstrijd het verschil maakten.

Hoe zit dat bij jou?

De laatste race:

Relatie, competentie en autonomie

Terwijl ik vanmorgen in mijn tuin liep, passeerde een peutermeisje mijn perceel. Ik hoorde haar roepen naar oma en zag iets voorbij stuiven. Ze stopte bij mijn huis. “Ik fiets zonder zijwieltjes!”, riep ze tegen me.

Basisbehoefte competentie….

 

“Knap, hoor! Je doet het goed”, zei ik tegen haar met een lach.
“Zag je mij dan?”
“Ja, ik liep langs de heg en hoorde je met een vaart langskomen en ik dacht, die gaat hard.”
“Ja, dat was ik, en daar komt mijn oma.”

Basisbehoefte relatie….

 

Ik zei haar dat ik het een grote meid vond en vroeg haar wel op te letten omdat zo’n 15 meter verder het fietspad ophoudt en er weer auto’s rijden.
Ze keek me meewarig aan:
“Jaaa, dat weet ik ook wel! Oma, schiet eens op!”

Basisbehoefte autonomie….

 

 

 

Mensen helpen

 

Ik bedacht me hoe mooi het leven is en hoe graag ik met kinderen werk. Met een big smile ging ik weer verder. Ik moest denken aan mijn collega die weer gekozen heeft om dagelijks met kinderen te werken. Goed idee!

Misschien…..